Duitsland loopt flink achter met investeren, en volgens Allianz Trade ligt daar een kans voor Nederlandse bedrijven. Allianz Trade bracht zijn analyse naar buiten in aanloop naar de eerste Invest in Germany Summit in Berlijn, deze week. Het advies voor Nederlandse ondernemers die investeren in Duitsland overwegen: houd de Duitse inhaalslag goed in de gaten.
Een achterstand van 390 miljard euro
Sinds 2019 zijn de investeringen in Duitsland met 6,4 procent gedaald. In de rest van de eurozone stegen ze in dezelfde periode met 6,7 procent. Allianz Trade schat de kloof met de rest van Europa op ongeveer 390 miljard euro. Met de Verenigde Staten is het verschil nog groter: als de Duitse investeringen sinds 2019 even snel waren gegroeid als in de VS, lagen ze volgens Allianz Trade zo’n 730 miljard euro hoger.
Toch blijft Duitsland de derde economie ter wereld, met een bbp van ongeveer 4.400 miljard euro. Het land telt volgens Allianz Trade zo’n 1.700 ‘hidden champions’: vooral middelgrote bedrijven die wereldwijd marktleider zijn in een niche.
Geld genoeg, maar het blijft liggen
‘Duitsland heeft niet zozeer een gebrek aan geld’, zegt Johan Geeroms, Director Risk Underwriting Benelux bij Allianz Trade. Volgens Geeroms spaart het land juist heel veel. Duitse huishoudens hebben samen zo’n 9.000 miljard euro aan financiële bezittingen, waarvan ongeveer 3.400 miljard in contanten en op spaarrekeningen.
Veel van dat geld gaat naar het buitenland en levert daar weinig op. Sinds 1975 ligt het gemiddelde jaarlijkse rendement op Duitse bezittingen in het buitenland volgens Allianz Trade zo’n 5 procentpunt lager dan dat van de VS. Als huishoudens 5 procent van hun financiële vermogen in productieve investeringen zouden steken, komt volgens Allianz Trade ongeveer 450 miljard euro vrij.
Wat investeerders afschrikt, zijn de hoge kosten voor energie en arbeid, het tekort aan personeel en de bureaucratie. Het Duitse ifo-instituut berekende dat te veel bureaucratie de Duitse economie jaarlijks tot 146 miljard euro aan productie kost. Ook buitenlandse bedrijven aarzelen. Het aantal aangekondigde buitenlandse investeringsprojecten in Duitsland daalde in 2025 met 10 procent naar 548, het laagste aantal sinds 2009.
Waar de kansen liggen
De behoefte aan investeringen is groot. Allianz Trade noemt ongeveer 1.300 miljard euro voor de energietransitie tot 2045, 275 tot 500 miljard euro voor digitalisering tot 2030, zo’n 166 miljard euro aan geplande investeringen in transport tot 2029 en ongeveer 734 miljard euro voor defensie in de komende vijf jaar.
De Duitse overheid zet al stappen. Door de hervorming van de schuldenrem kan het begrotingstekort oplopen van ongeveer 2 à 3 procent naar 4 à 5 procent van het bbp. Het nieuwe Deutschlandfonds moet met 30 miljard euro aan overheidsgaranties en eigen vermogen zo’n 130 miljard euro aan privaat kapitaal aantrekken.
Voor Nederlandse bedrijven gaat het volgens Geeroms om ‘een markt van uitzonderlijke omvang’, vooral in energie-infrastructuur, hightech, digitalisering en engineering. Dan moet Duitsland wel sneller vergunningen afgeven en de regeldruk verlagen, stelt Geeroms. Lukt de omslag naar productieve investeringen niet, dan krijgt Duitsland volgens hem meer schulden zonder dat het groeivermogen echt verbetert. Dat zou ook Nederland raken. De volledige analyse staat op de website van Allianz Trade.
Aansluitende managementmodellen
Wie zaken wil doen in Duitsland, begint met een goede blik op de omgeving. De PESTEL-analyse, in Nederland vaak gebruikt als DESTEP-analyse, zet politieke, economische, sociale, technologische, ecologische en juridische factoren op een rij. Hier springen vooral de economische factoren (de investeringsachterstand, hoge energiekosten) en de politieke en juridische factoren (bureaucratie, vergunningen, de schuldenrem) in het oog.
Porters Diamantmodel verklaart waarom landen in bepaalde sectoren sterk zijn. Het kijkt naar productiefactoren, de vraag in het thuisland, verwante en ondersteunende bedrijfstakken en de strategie en concurrentie van bedrijven, met daarnaast de rol van de overheid. De Duitse ‘hidden champions’ laten zien hoe sterk het land in nichemarkten is, terwijl de investeringsachterstand juist de productiefactoren onder druk zet. Dat helpt om in te schatten waar Nederlandse bedrijven iets kunnen toevoegen.
In de Ansoff-matrix valt de stap naar Duitsland onder marktontwikkeling: bestaande producten of diensten aanbieden in een nieuwe markt. Dat is minder riskant dan diversificatie, maar vraagt wel om kennis van de lokale regels, klanten en concurrenten.
Dit artikel is gebaseerd op een persbericht van Allianz Trade.


