Bij technische organisaties schuift werk dat vroeger bij starters lag steeds vaker naar ervaren krachten. Veertig procent van de Nederlandse bèta-technische professionals ziet dat senioren taken uitvoeren die eerder bij junioren hoorden omdat AI die instapfuncties overneemt. Dat blijkt uit een YouGov-onderzoek in opdracht van recruiter SThree onder ruim 4.100 professionals in vijf landen, onder wie 793 Nederlanders. In Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten ligt dat aandeel lager.
Opvallend is dat AI de senioren niet alleen werk afneemt, maar ook werk oplevert. Ruim de helft van de Nederlandse ondervraagden besteedt meer tijd aan het controleren van AI-output dan twee jaar geleden, en 51 procent vreest dat de instroom van junioren opdroogt. Tegelijk zegt 42 procent dat de eigen organisatie het afgelopen jaar juist meer junioren aannam. Het beeld is dus niet eenduidig, maar de richting geeft managers genoeg om over na te denken.
Het instapwerk was ook een leerschool
Het eenvoudige werk dat AI nu oppakt, had altijd een tweede functie. Een junior die testcases schrijft, data opschoont of een eerste versie van een rapport maakt, leert onderweg hoe het vak in elkaar zit. Fouten worden door een ervaren collega opgemerkt en besproken. Zo groeit iemand in een paar jaar uit tot een professional die zelfstandig kan beslissen.
Verdwijnen die taken, dan verdwijnt ook een deel van die leerweg. Op korte termijn lijkt dat efficiënt: een senior met AI levert sneller op dan een junior zonder ervaring. Op langere termijn ontstaat een gat. Senioren gaan met pensioen of vertrekken, en de mensen die hen zouden moeten opvolgen, hebben het vak nooit van de grond af geleerd.
Wat managers kunnen doen
De eerste stap is het probleem zichtbaar maken. Veel organisaties sturen op productiviteit per team en zien niet dat de opleidingsfunctie van werk stilletjes wegvalt. Het helpt om per functie na te gaan welke taken vroeger als leerstap dienden en wat daar nu voor in de plaats komt.
Een tweede stap is junioren bewust anders inzetten. Laat ze AI-output controleren en verbeteren onder begeleiding van een senior. Dat is precies het werk waar senioren nu veel tijd aan kwijt zijn, en het dwingt een starter om te begrijpen waarom iets wel of niet klopt. Zo wordt de nieuwe taak een nieuwe leerschool.
Ten derde vraagt dit om een eerlijk gesprek over tijd. Begeleiden kost uren die niet direct iets opleveren. Organisaties die wel waarde uit AI halen kijken meestal verder dan de directe tijdwinst en richten werkprocessen opnieuw in. Ruimte voor begeleiding hoort daar bij.
Voor studenten en starters is de boodschap tweeledig. De instapbanen veranderen, maar ze verdwijnen niet overal. Wie laat zien dat hij AI-werk kritisch kan beoordelen en de achterliggende vakkennis serieus neemt, heeft een sterkere positie dan wie alleen goed kan prompten.
Aansluitende managementmodellen
Strategische personeelsplanning helpt om vooruit te kijken: welke kennis en functies heeft de organisatie over vijf jaar nodig, en waar komen die mensen vandaan? Door de huidige bezetting naast de toekomstige behoefte te leggen, wordt zichtbaar of het wegvallen van juniorwerk een gat in de opvolging slaat. Het is een kerntaak binnen HRM die bij snelle technologische verandering extra aandacht vraagt.
Het 70-20-10-model, dat teruggaat op onderzoek van het Center for Creative Leadership, stelt dat mensen het grootste deel van hun vak leren in het werk zelf, een kleiner deel van collega’s en leidinggevenden en maar een klein deel uit formele training. Precies die eerste 70 procent staat onder druk als AI het instapwerk overneemt. Het model maakt duidelijk dat een cursus het verlies van leerervaring in de praktijk niet opvangt.
Het Job Demands-Resources-model van Arnold Bakker en Evangelia Demerouti kijkt naar de balans tussen wat werk vraagt en wat het oplevert aan hulpbronnen, zoals steun en ruimte om te leren. Senioren die meer tijd kwijt zijn aan controleren en herstellen van AI-werk, krijgen er taakeisen bij. Wordt dat niet gecompenseerd, dan groeit het risico op uitputting, juist bij de mensen die de organisatie het hardst nodig heeft.
Aanleiding voor dit artikel is nieuws van AG Connect.
